BELASTINGSVERORDENING OP DE BEDRIJVEN 2003 (gemeenteraad van 6 februari 2003)

De raad,

In openbare zitting vergaderd;

Gelet op de begrotingsnoodwendigheden van de Gemeente;

Gelet op de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provinciale en gemeentebelastingen;

Gelet op de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen;

Gelet op de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 april 1999 tot bepaling van de procedure voor de Gouverneur of voor het College van Burgemeester en Schepenen inzake bezwaarschrift tegen een provincie- of gemeentebelasting;

Gelet op de gemeentewet;

Op voorstel van het college;

Beslist:

Artikel 1. - Voor het dienstjaar 2003 wordt er ten gunste van de gemeente Meulebeke, een algemene belasting geheven ten laste van de natuurlijke personen, de rechtspersonen en de feitelijke verenigingen die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente hetzij een handels-, nijverheids-, land- en tuinbouwbedrijf exploiteren, hetzij een vrij beroep of zelfstandige activiteit uitoefenen.

Artikel 2. - De belasting wordt berekend en gevestigd per afzonderlijke activiteitskern of bedrijfsvestiging op het grondgebied van de gemeente Meulebeke

"Artikel 3. - Het bedrag van de belasting wordt op basis van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar vastgesteld op 0.16 EUR per vierkante meter, met een minimum van 100 Euro." wordt gewijzigd door:

Artikel 3 (nieuw): Het bedrag van de belasting wordt op basis van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar vastgesteld op 0.16 EUR per vierkante meter, met een minimum gelijk aan het volgende:

 Kadastraal Inkomen (€)  verschuldigde belasting (€) 
0 - 991.57  100 
991.48 - 1239.47  125 
1239.48 - 1859.20  150 
1859.21 - 2478.94  175 
> 2478.94  200 

Artikel 4. – Als belastbare oppervlakte komt in aanmerking: de totale oppervlakte zowel bebouwde als onbebouwde, die voor de uitoefening van de beroepsactiviteit of voor de bedrijfsuitbating wordt gebruikt of hiervoor noodzakelijk is, alsmede de oppervlakte van de aanliggende terreinen met inbegrip van alle aanhorigheden die een functionele band hebben met de uitoefening van de beroepsactiviteit of met de bedrijfsuitbating.

Komt niet in aanmerking en dient dienvolgens niet aangegeven te worden:

  1. voor alle bedrijven: de oppervlakte van groenzones en/of braakliggende grond
  2. bovendien voor land- en/of tuinbouwbedrijven: de oppervlakte van hofplaatsen, weilanden en cultuurgronden

Alle belastingplichtigen worden geacht over een belastbare activiteitskern of bedrijfsvestiging te beschikken waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.

Artikel 5-. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor heel het jaar. De stopzetting of de vermindering van de activiteit in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode, geven geen aanleiding tot enige belastingsvermindering.

Artikel 6-. De belasting wordt geheven en berekend op basis van de gegevens van het belastingskohier inzake de provinciale belastingsverordening op bedrijven zonder dat er voor de bedrijven een afzonderlijke aangifteplicht is.

Belastingplichtigen die geen aanslagbiljet ontvingen, zijn er evenwel toe gehouden voor 31 december van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur de nodige aangifteformulieren aan te vragen.

Artikel 7-. Bij gebreke van een aangifte, of bij onvolledige, onjuiste, of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen, volgend op de datum van verzending van deze betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Artikel 8.- De overeenkomstig art. 7 van huidig besluit ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze belasting wordt ingekohierd.

Artikel 9.- De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

Artikel 10.- De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 11.- De belastingplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente. Het bezwaarschrift moet gemotiveerd worden en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend. Het bezwaar moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag. Van de aangifte van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven.

Artikel 12.- Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 24 december 1996, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 7 tot 10 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder nalatigheids- en moratoriumintresten; rechten en voorrechten van de schatkist; strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 en 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zoverre met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 13.- Deze beslissing wordt aan de heer Provinciegouverneur overgemaakt.